Reportage: tussen de medicijnen met apothekersassistente Mirjam Schavemaker

Mirjam heeft via TMI al op veel verschillende plekken gewerkt. In het begin draaide ze vooral korte opdrachten, later ging ze voor een langere periode aan de slag bij zowel de poliklinische apotheek in het VUmc als in het AMC in Amsterdam. Sinds kort is zij werkzaam bij Brocacef Ziekenhuisfarmacie in Maarssen. Brocacef bestaat uit een farmaceutische groothandel en apotheekketen. Communicatiestagiaire Elise keek een dag met haar mee op de werkvloer en vroeg haar het hemd van het lijf.

Wat zijn jouw werkzaamheden als apothekersassistente?

“Buiten het aanschrijven van het recept en de medicatie klaarmaken leg ik onder andere aan de patiënt uit welke medicijnen hij of zij krijgt, wat de werking hiervan is, wat eventuele bijwerkingen zijn, op welk tijdstip en hoe de medicijnen het beste ingenomen kunnen worden. Het is belangrijk dat iemand weet hoe de medicijnen gebruikt moeten worden en vertrouwen in de medicijnen heeft. Wanneer je als apothekersassistente goede uitleg geeft, kan iemand zijn medicijnen ook beter gebruiken. Dat vind ik belangrijk en dat hoort ook echt bij het werk van een apothekersassistente.”

Wat zijn de verschillen tussen werken in een poliklinische apotheek en een openbare apotheek?

“Het grote verschil is dat ik in een poliklinische apotheek meer eerste uitgifte medicatie verstrek met de daarbij behorende informatie en instructies. Mensen komen vaak rechtstreeks van de specialist. Dit zijn wat minder standaard recepten en vaak zwaardere medicatie dan bij de dorps- of stadsapotheek. Bij een dorps- of stadsapotheek komen vaak dezelfde mensen, waardoor je een duidelijk overzicht hebt van de medicijnen die de patiënt gebruikt en je de patiënten ook wat beter kent.”

Mirjam vervolgt haar verhaal en vertelt dat je bij de poliklinische apotheek meer medicijngerichte vragen moet stellen. “Dit vind ik erg leuk. Het gaat hierbij vaak om wat zwaardere medicijnen waar je veel informatie over moet geven. Ook komen er patiënten in deze apotheek die na een opname weer naar huis mogen. Soms is er dan het een en ander veranderd aan hun medicatie. Hierbij is het van belang dat je goed uitlegt welke medicijnen de patiënt niet meer mag gebruiken en hoe de nieuwe medicijnen werken. Dat is echt zorg verlenen en dat vind ik heel leuk.”

Kan je zien welke medicijnen iemand reeds gebruikt?

“Meestal wel. Als mensen toestemming hebben gegeven voor het uitwisselen van medicijngegevens kan je de medicatiehistorie uit het LSP (Landelijk Schakel Punt) van de patiënt halen. Maar dit wil nog niet zeggen dat de patiënt deze medicijnen ook daadwerkelijk gebruikt. Daarbij geeft niet iedereen hier altijd toestemming voor en soms is er een storing in de lijn waardoor je de gegevens niet goed binnenkrijgt. Je moet dus altijd goed navragen welke medicijnen de patiënt op dit moment gebruikt. Jij bent er als medicatieverstrekker verantwoordelijk voor dat het voorgeschreven medicijn ook past bij de medicijnen die al gebruikt worden door een patiënt.”

Wat is het leukste dat jij tot nu toe hebt meegemaakt sinds je via TMI werkt?

“In de poliklinische apotheek leer ik na 26 jaar nog steeds over medicatie en doseringen. En bij een dorps- of stadsapotheek vind ik het weer leuk dat ze in elke apotheek op een andere manier werken. Bij elke apotheek denk ik ‘oh dat is wel handig hoe ze dat hier doen’ of ‘dat is wel efficiënt.’ Daar pik je dan weer hele interessante dingen uit qua werkwijze. Dat is heel leuk. Waar ik ook op opdracht ben, voor mij geldt altijd: een dag niet gelachen is een dag niet gewerkt. Het is ook heel leuk om met andere TMI’ers op een opdracht te staan.”

Welke uitdagingen zie jij in jouw werk als apothekersassistente?

“In de winter gaan er veel antibioticakuren over de balie. Als ik tien antibioticakuren heb meegegeven wordt het de elfde keer een soort riedeltje: ‘drie keer per dag innemen, de kuur moet worden afgemaakt, u kunt er maag/darmklachten van krijgen.’ Maar de patiënt heeft er niks mee te maken dat ik het al aan tien andere mensen heb uitgelegd. Ik realiseer mij heel goed dat het voor de patiënt de eerste keer kan zijn dat hij of zij een antibioticakuur krijgt, dus ik moet het volledig en in begrijpelijke taal uitleggen. De patiënt heeft recht op alle informatie. Je merkt het vaak wel wanneer iemand al iets meer kennis heeft van de medicatie. Soms zie je ook dat iemand knikt, maar heb je toch het gevoel dat die persoon er niks van begrijpt. Dan stel ik nog een vraag om te checken of de informatie goed is overgekomen.”

Mirjam geeft aan soms ook te maken te hebben met taalbarrières. “Het is fijn wanneer de patiënt iemand bij zich heeft die alles kan vertalen. Soms heb ik ook collega’s die andere talen spreken. Ook in zo’n geval neem ik altijd rustig de tijd om alles uit te leggen. Hierbij is het zeker belangrijk om te letten op de non-verbale communicatie, zodat je kunt zien of mensen begrijpen wat je zegt. Ik probeer iemand altijd met een tevreden gevoel de deur uit te laten gaan. Je hebt weleens mensen die al geïrriteerd of boos binnenkomen. Wanneer je deze mensen door je professionaliteit en het geven van de juiste informatie toch met een goed gevoel de deur uit kunt laten gaan en ze je zelfs bedanken, maakt dat mijn dag goed!”

“Wanneer geïrriteerde mensen door jouw professionaliteit toch met een goed gevoel de deur uit gaan en ze je zelfs bedanken, maakt dat mijn dag goed!”

Rondleiding werkplek

Tot slot krijg ik nog een rondleiding door het gebouw van Brocacef Ziekenhuis Farmacie. Het is een groot, mooi en nieuw gebouw. Als eerste krijg ik van Mirjam een lange witte jas aangereikt ter bescherming. Vervolgens laat ze mij het magazijn zien waar de medicatie netjes op locatiecode ligt. Brocacef Ziekenhuis Farmacie is vooral bekend als groothandel en verstrekt medicatie aan verschillende zorginstellingen door het hele land. De werkzaamheden die Mirjam bij deze opdrachtgever verricht zijn niet één op één te vergelijken met de werkzaamheden bij een poliklinische of openbare apotheek en geven hierdoor weer afwisseling.

De medicatiebegeleiding gebeurt vanuit het kantoor waar we net het gesprek hebben gevoerd. Hier worden nieuwe recepten en herhalingen verwerkt. Ook het doorsturen van de medicatiebestanden naar de GDS machine (Geautomatiseerde Distributiesysteem voor geneesmiddelen, red.) gebeurt vanuit het kantoor. De GDS machine staat in een apart gedeelte van het magazijn. Hier gelden de regels van een bereidingsruimte. Mirjam laat mij de rijen met bakjes zien waar per bakje één soort medicatie als losse tablet in zit. De GDS machine verwerkt de medicatie opdracht door uit het juiste bakje de juiste hoeveelheid medicatie te nemen en deze te verwerken in een medicatierol (ook wel Baxterrol genoemd). In de medicatierol zit de medicatie per innamemoment in een zakje. Op het zakje staat, naast de patiëntgegevens, ook de naam van het medicijn en de vorm, kleur en eventuele inscriptie/stans. Zo kan elke tablet geïdentificeerd worden mocht het nodig zijn om tussentijds medicatie uit de rol te halen. 

Als u doorsurft op deze website, gaat u akkoord met de plaatsing van cookies. Meer informatie Deze melding verbergen